grootmoe

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkorting van grootmoeder; de moeder van je vader of moeder
    Kippenvel van verrukking kreeg de negenjarige Sjón als zijn grootmoe het verhaal van de bontforel vertelde. ‘Die ziet eruit als een doodgewone forel, maar o wee als je hem vangt en opeet, want hij maakt mannen zwanger. En dat is levensgevaarlijk, omdat die niet gemaakt zijn om te baren. Er is maar één redding: het scrotum opensnijden met een mes en door die opening de boreling naar buiten trekken.’ De Standaard 29 NOVEMBER 2013 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20131128_00861486 Luchtgitaar op de rand van de wereld]
    Altijd blij als er in de marge van onze socialemediaverslaving weer zo’n acroniem opduikt dat in een paar letters het existentiële lijden samenvat. U kent ze wel, de yolo’s en fomo’s van deze wereld. Woorden die even precultureel klinken als iets waarmee een peuter naar grootmoe, grootva of potje zou wijzen, maar bon. De Standaard 07 AUGUSTUS 2014 OM 03:00 UUR | Lieve Van de Velde [http://www.standaard.be/cnt/dmf20140806_01207743 alleen op de bank]