hagel

mannelijk (de)/ˈhɑɣəl/

Wat is de betekenis van hagel?

hagel betekent: (meteorologie) bolvormig ijs dat als neerslag uit de hemel valt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) bolvormig ijs dat als neerslag uit de hemel valt
  2. een verzameling van stukjes metaal -vaak lood- waarmee geschoten wordt in plaats van een kogel

Voorbeelden van "hagel" in een zin

  • Er is vandaag een vijf centimeter dikke laag hagel gevallen.
  • Schiet gewoon met hagel.

Etymologie

* In de betekenis van ‘ijskorrels als neerslag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Vertalingen

Engelshail, shot
Fransgrêle
DuitsHagel, Schrotkugel
Spaansgranizo, pedrisco
Italiaansgrandine
Portugeesgranizo, saraiva
Russischград
Chinees雹, 冰雹, 雹子
Japans雹, 雹
Koreaans우박
Poolsgrad
Zweedshagel, hagel
Deenshagl