halfgeleider

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) een stof die de elektriciteit slecht of alleen in bepaalde omstandigheden geleidt
    Voor het proefwerk van woensdag moeten jullie ook enkele toepassingen van halfgeleiders kennen.
  2. elektrotechniek, elektronica (elektrotechniek) (elektronica) een elektronisch onderdeel dat is opgebouwd uit halfgeleidende materialen
    Om dit toestel weer aan de praat te krijgen, moet u de halfgeleider vervangen.

Vertalingen

Engelssemiconductor
Franssemi-conducteur
DuitsHalbleiter
Spaanssemiconductor
Italiaanssemiconduttore
Portugeessemicondutor
Russischполупроводник
Chinees半导体
Japans半導体
Koreaans반도체
Arabischشبه موصل
Turksyarı iletken
Poolspółprzewodniki
Zweedshalvledare
Deenshalvleder