halfjaar

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een periode van 6 maanden
    Eerder liep hij een halfjaar stage bij Team RadioShack.
    Voor vertrek kreeg ik naast enthousiaste reacties ook veel aanmerkingen. Een halfjaar weg van mijn gezin vond men wel erg lang.
    Bolin, de hofiuwelier in Stockholm, is een halfjaar bezig geweest om de stenen opnieuw te slijpen, het slot te vervangen, de zettingen te verbeteren en nog wat dingen.