halfwaardetijd
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek), (natuurkunde) de tijd waarin een exponentieel vervallend proces tot de helft van zijn oorspronkelijke waarde vermindertBij de kernramp kwamen zowel isotopen met een vrij korte halfwaardetijd zoals jodium en cesium als isotopen met een middellange halfwaardetijd zoals plutonium met 24.000 jaar.
Vertalingen
Engelshalf-life
Fransdemi-vie
DuitsHalbwertszeit
Spaansperíodo de semidesintegración
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek