halfwaardetijd

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek, natuurkunde (techniek), (natuurkunde) de tijd waarin een exponentieel vervallend proces tot de helft van zijn oorspronkelijke waarde vermindert
    Bij de kernramp kwamen zowel isotopen met een vrij korte halfwaardetijd zoals jodium en cesium als isotopen met een middellange halfwaardetijd zoals plutonium met 24.000 jaar.

Vertalingen

Engelshalf-life
Fransdemi-vie
DuitsHalbwertszeit
Spaansperíodo de semidesintegración