halsstarrigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het te vasthoudend zijnVermoedelijk zul je ook deze brief ongeopend retourneren en al doet het me zeer, diep vanbinnen vervult jouw halsstarrigheid me met trots. Je bent een echte Friezin."Nederland weigert met dit plan halsstarrig te erkennen dat er sprake is van acute nood. De halsstarrigheid om een klein deel van de kinderen over te nemen getuigt van een grote onwil om solidair te zijn met Griekenland", stellen de vluchtelingenorganisaties in een gezamenlijke reactie.
- iets dat getuigt van te grote vasthoudendheid
Etymologie
* afleiding van halsstarrig
Vertalingen
Engelsstubbornness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek