halster

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. samenstel van riemen rond de kop van een rijdier

Etymologie

* In de betekenis van ‘leidsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1450

Vertalingen

Engelshalter, headcollar
Franslicol, licou
DuitsHalfter
Spaanscabestro
Italiaanscapestro
Poolskantar
Zweedsgrimma