handvaardigheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de vaardigheid om met de hand werkzaamheden te verrichten.
- (onderwijs) een schoolvak waarin kinderen leren gereedschappen te gebruiken voor het maken van allerlei voorwerpen en het uiten van creativiteit.
Etymologie
*afgeleid van handvaardig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek