handvat
onzijdig (het)/ˈhɑntfɑt/
Wat is de betekenis van handvat?
handvat betekent: deel van een voorwerp dat bedoeld is om het verplaatsen, optillen of anderszins hanteren ervan gemakkelijker te maken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deel van een voorwerp dat bedoeld is om het verplaatsen, optillen of anderszins hanteren ervan gemakkelijker te maken
- (figuurlijk) geschikt onderdeel om een geheel te kunnen beheersen of als vertrekpunt voor een actie die op een geheel betrekking heeft
- (figuurlijk) praktische inleiding
- (straattaal) (seksualiteit) mannelijk geslachtsdeel
- (verouderd) lampetkan, kan met water om de handen te wassen
Voorbeelden van "handvat" in een zin
- Het handvat was afgebroken.
- Als een Marokkaanse weduwe - wonende in Nederland - naar de rechter stapte omdat zij geen genoegen nam met een achtste deel van de erfenis, waren er maar weinig internationale regels die een handvat boden. Het gevolg was dat uitspraken in kwesties als deze niet eensluidend waren.
- Vaak zijn mijn titels beschrijvend. Een titel is een handvat voor de kijker om het beeld te snappen.
- Zijn „Footsteps” leert je letterlijk in andermans schoenen te staan. Zeer goed handvat voor biografen en life writers.
- ‘Geef mij maar een vrouw met een handvat,’ zong de zeeman voor zich heen.
Etymologie
**[5] "vat" in de betekenis "bewaarplaats voor vloeistof"
Vertalingen
Engelshandle, knob, tongs
Spaansagarradera, agarradero, asa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek