hangen

/ˈhɑŋə(n)/

Wat is de betekenis van hangen?

hangen betekent: (inerg) zich in een positie los van de bodem bevinden en door een bevestiging aan een ander voorwerp voor vallen behoed worden

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) zich in een positie los van de bodem bevinden en door een bevestiging aan een ander voorwerp voor vallen behoed worden
  2. inerg (inerg) door ophanging – meest aan de nek – ter dood gebracht worden
  3. ov (ov) door ophanging – meest aan de nek – ter dood brengen
  4. inerg (inerg) op een relaxte manier ergens aanwezig zijn zonder veel activiteit te ondernemen
  5. ov (ov) aan een of meer hoger gelegen punten vastmaken, zodat het niet omlaag valt ook al wordt het aan de onderkant niet gesteund
  6. inerg, informatica (inerg) (informatica) (van een computer) vastzitten in een programmalus zodat opnieuw starten noodzakelijk is

Voorbeelden van "hangen" in een zin

  • De appels hangen nog aan de boom.
  • Decoraties en meubelstukken uit ver van elkaar verwijderde tijdvakken hingen en stonden elkaar met verwondering aan te staren.
  • De dagen erna zag ik overal kleine bloemen uit de droge grond tevoorschijn komen. Wat een feest! Het leek wel alsof overal slingers hingen.
  • Hangen zal hij!
  • De misdadiger werd vroeg in de morgen gehangen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘aan bovenkant bevestigd door eigen zwaarte neerwaarts gehouden worden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100

Uitdrukkingen

  • aan de grote klok hangen
  • aan het klokzeel hangen
  • erom hangen
  • Barbertje moet hangen

Vertalingen

Engelsdroop, hang
Franspendre
Duitshängen
Spaanscolgar, pender