hangen

/ˈhɑŋə(n)/

Wat is de betekenis van hangen?

hangen betekent: (inerg) zich in een positie los van de bodem bevinden en door een bevestiging aan een ander voorwerp voor vallen behoed worden

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) zich in een positie los van de bodem bevinden en door een bevestiging aan een ander voorwerp voor vallen behoed worden
  2. inerg (inerg) door ophanging – meest aan de nek – ter dood gebracht worden
  3. ov (ov) door ophanging – meest aan de nek – ter dood brengen
  4. inerg (inerg) op een relaxte manier ergens aanwezig zijn zonder veel activiteit te ondernemen
  5. ov (ov) aan een of meer hoger gelegen punten vastmaken, zodat het niet omlaag valt ook al wordt het aan de onderkant niet gesteund
  6. inerg, informatica (inerg) (informatica) (van een computer) vastzitten in een programmalus zodat opnieuw starten noodzakelijk is

Voorbeelden van "hangen" in een zin

  • De appels hangen nog aan de boom.
  • Decoraties en meubelstukken uit ver van elkaar verwijderde tijdvakken hingen en stonden elkaar met verwondering aan te staren.
  • De dagen erna zag ik overal kleine bloemen uit de droge grond tevoorschijn komen. Wat een feest! Het leek wel alsof overal slingers hingen.
  • Hangen zal hij!
  • De misdadiger werd vroeg in de morgen gehangen.

Betekenis en uitleg van hangen

Hangen betekent letterlijk iets ophangen of in de lucht laten hangen, maar het kan ook figuurlijk gebruikt worden, zoals in het geval van ontspannen of doorbrengen van tijd zonder specifieke bezigheid. Het woord heeft een informele en soms speelse connotatie wanneer het gaat om tijdverdrijf.

Je gebruikt 'hangen' vaak in situaties waarin mensen zich in een ontspannen houding bevinden, bijvoorbeeld als je zegt dat je met vrienden 'hangt' in de stad. Het woord kan ook duiden op iets dat fysiek aan een object vastzit, zoals een schilderij aan de muur. De nuance ligt vaak in de informele sfeer van het gebruik, waardoor het minder formeel klinkt dan andere werkwoorden.

Voorbeelden

  • Na school gingen we gewoon op het plein hangen en kletsen met elkaar.
  • Hij hangt zijn jas aan de kapstok als hij thuiskomt.
  • Tijdens het weekend houden we ervan om gewoon te hangen en films te kijken.

Woordoorsprong

Het woord 'hangen' komt van het Oudnederlands 'hangōn', wat ook 'ophangen' betekende. Het is verwant aan het Duitse 'hangen' en het Engelse 'hang'.

Veelgestelde vragen over hangen

Wat is de betekenis van hangen?

hangen betekent: (inerg) zich in een positie los van de bodem bevinden en door een bevestiging aan een ander voorwerp voor vallen behoed worden

Hoeveel betekenissen heeft hangen?

hangen heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je hangen in een zin?

Voorbeeld: “De appels hangen nog aan de boom.

Etymologie

* In de betekenis van ‘aan bovenkant bevestigd door eigen zwaarte neerwaarts gehouden worden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100

Uitdrukkingen

  • aan de grote klok hangen
  • aan het klokzeel hangen
  • erom hangen
  • Barbertje moet hangen

Vertalingen

Engelsdroop, hang
Franspendre
Duitshängen
Spaanscolgar, pender