hangend

/ˈhɑŋənt/

Betekenis

werkwoord
  1. alleen van boven vastzittend, op een hoger punt steunend
    Met een hangend kastje houd je op de vloer meer ruimte over.
  2. van onderen vrij kunnend bewegen
    Een koksmuts voorkomt dat hangend haar met het voedsel in aanraking komt.
  3. figuurlijk (figuurlijk) slap, futloos, niet goed overeind kunnen blijvend
    Het hangend kopje van de zonnebloem komt door gebrek aan water.
  4. nog aanhangig, nog niet afgelopen
    Na het eten willen ze hun hangend spel afmaken.

Etymologie

*hangen met de uitgang -d

Uitdrukkingen

  • [3] Met hangende pootjesbewust van schuld (thuis)komen

Vertalingen

Spaanscolgante