hazenstaart
mannelijk (de)/ˈhazə(n)ˌstart/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (haasachtigen), staart van een haas
- (bloemplanten) een eenjarige plant uit de grassenfamilie (). Het is een exoot die na 1900 verwilderd is of aangeplant en ingeburgerd raakte tussen 1900 en 1924. De plaats van herkomst is Zuid-Europa
Vertalingen
Spaanscola de liebre, lágrimas de la virgen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek