heenrijden

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) rijdend vertrekken
    Zij waren teleurgesteld heengereden.
  2. erga (erga) op de heenweg rijden
    Heengereden waren zij over de Afsluitdijk, terugrijden deden zij door Flevoland.
  3. Bij combinaties met over en door maakt heen deel uit van een scheidbaar voornaamwoordelijk bijwoord, niet van het werkwoord.[https://web.archive.org/web/20140411134836/http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/3/%22 Taaluniversum vgl. 23a en 24a]
    Hij was over de brug heen gereden.
    Hij was daardoorheen gereden.