heenrijden
Betekenis
werkwoord
- (erga) rijdend vertrekkenZij waren teleurgesteld heengereden.
- (erga) op de heenweg rijdenHeengereden waren zij over de Afsluitdijk, terugrijden deden zij door Flevoland.
- Bij combinaties met over en door maakt heen deel uit van een scheidbaar voornaamwoordelijk bijwoord, niet van het werkwoord.[https://web.archive.org/web/20140411134836/http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/3/%22 Taaluniversum vgl. 23a en 24a]Hij was over de brug heen gereden.Hij was daardoorheen gereden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek