hekeling

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het spottende verwijt dat men iemand maakt
    Al schrijvende bracht Erasmus iets anders voort dan een hekeling van misstanden, of liever gezegd, iets meer, want een hekeling van misstanden kan men er ook in lezen. H.A. Gomperts (1969)– [tijdschrift] Tirade [https://www.dbnl.org/tekst/_tir001196901_01/_tir001196901_01_0003.php Onder mijn mantel dood ik de koning (Predikatie over de satire)]

Etymologie

* van hekelen

Vertalingen

Engelsstinging mockery, satire