bespotting
vrouwelijk (de)/bə'spɔtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het iemand belachelijk makenVorst Andrej doorstond zijn vaders bespotting van de nieuwe leiders opgewekt, hij daagde zijn vader uit en luisterde met kennelijk plezier naar hem.In de verklaring staat dat sindsdien het aantal klachten van mensen van Afrikaanse afkomst over racisme en bespotting alleen maar is toegenomen.
Etymologie
* van bespotten
Vertalingen
Engelsmockery, ridicule, irony
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek