hemdsmouw

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dat deel van een hemd dat de arm geheel of gedeeltelijk bedekt
    ` Markies Caloyanni,' zei ik. 'Hij heeft twee schoten gelost. Een op mij.' Ik draaide hem mijn verbonden arm toe, waar de opengesneden hemdsmouw langs schuurde. 'Het andere op Sara.'{{Aut|Heijden, A.F.Th. van der
    Enkele bataljons soldaten, ondanks de kou in hemdsmouwen, krioelden als witte mieren op deze verdedigingswerken; over een wal heen werden door onzichtbare personen voortdurend scheppen rode leem geworpen.{{Aut|Tolstoj, L.N.

Uitdrukkingen

  • Alle dagen een draadje is een hemdsmouw in het jaarook met langzaam maar gestadig werken kan men veel bereiken

Vertalingen

Engelsshirt sleeve