hippie

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɪpi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. softe apolitieke persoon (oorspronkelijk uit de jaren zestig van de twintigste eeuw) die zich door zijn non-conformistische gedrag en vredelievende levenswijze afzette tegen toenmalige maatschappelijke opvattingen
    hippies hielden van lang haar, kralen en bloemen
    De kinderen hadden meer dan genoeg aanspraak met alle hippies om zich heen en leken volop te genieten van het avontuur.

Etymologie

*van het Amerikaans-Engelse hippy

Vertalingen

Engelshippie
Franshippie
DuitsHippie
Spaanshippie
Italiaanshippy
Portugeeshippie
RussischХиппи
Chinees嬉皮士
Japansヒッピー
Koreaans히피
Arabischهيبيز
Turkshippi
Poolsruch hippisowski
Zweedshippie
Deenshippie