halfuur
onzijdig (het)/xxxx/
Wat is de betekenis van halfuur?
halfuur betekent: (tijdrekening) een periode van 30 minuten
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) een periode van 30 minuten
Voorbeelden van "halfuur" in een zin
- Het was in een halfuurtje voor elkaar.
- Ik bleef wel een halfuur op de stoep zitten en voelde mijn benen en armen stijf worden.
- Met een plons sprong Goldie naast me het hete water in. Goldie en Barbie hadden me binnen een halfuur al ingehaald en waren ook gearriveerd bij de rivier.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek