hondsdagen
meervoud/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de periode van 23 juli tot 23 augustus die vaak de heetste en onaangenaamste tijd van de zomer isDe hitte van de hondsdagen was dit jaar werkelijk een bezoeking.
Etymologie
* In de betekenis van ‘warmste tijd van het jaar’ voor het eerst aangetroffen in 1485
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek