hoofdklasse

vrouwelijk (de)/ˈhof(t)klɑsə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het op één na hoogste niveau bij het amateurvoetballen, de topklasse is het hoogste niveau
    Zowel bij de zaterdag- als de zondagafdeling zijn er drie hoofdklassen: A, B en C. Iedere hoofdklasse bestaat uit veertien voetbalclubs.