hoorde
Wat is de betekenis van hoorde?
hoorde betekent: enkelvoud verleden tijd van horen
Betekenis
- enkelvoud verleden tijd van horen
Voorbeelden van "hoorde" in een zin
- Ik hoorde.
- Jij hoorde.
Betekenis en uitleg van hoorde
Het woord 'hoorde' is de verleden tijd van het werkwoord 'horen', wat betekent dat je iets hebt waargenomen met je gehoor. Het kan zowel verwijzen naar iets wat je daadwerkelijk hebt gehoord als naar informatie die je hebt ontvangen.
Je gebruikt 'hoorde' vaak in situaties waarin je vertelt over iets dat in het verleden is gebeurd. Het kan gaan om een gesprek dat je hebt opgevangen, muziek die je hebt beluisterd of nieuws dat je is verteld. De nuance ligt vaak in de context; het kan zowel een directe ervaring zijn als een indirecte waarneming.
Voorbeelden
- Gisteren hoorde ik een prachtig nummer op de radio dat me meteen raakte.
- Tijdens het diner hoorde hij dat zijn vriend een nieuwe baan had gevonden.
- Ze hoorde het gerucht dat er een feest zou zijn, maar wist niet of het waar was.
Woordoorsprong
Het woord 'hoorde' is afgeleid van het Oudnederlands 'horen', dat verwant is aan het Germaanse 'hōrōną', wat ook 'horen' betekent.
Veelgestelde vragen over hoorde
Wat is de betekenis van hoorde?
hoorde betekent: enkelvoud verleden tijd van horen
Hoe gebruik je hoorde in een zin?
Voorbeeld: “Ik hoorde.”