horror

mannelijk (de)/ˈhɔrɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. filmkunst, letterkunde (filmkunst), (letterkunde) genre waarin angstaanjagende verhalen en effecten centraal staan
    Een productiehuis dat zich specialiseert in horror.
  2. psychologie (psychologie) afkeer van iets angstaanjagends, hevige schrikreactie
    Kinderen begonnen uit pure horror te schreeuwen toen ze zagen dat het enorme monster hun strandkastelen vernielde”, klinkt het sarcastisch.[https://nl.metrotime.be/2018/02/09/must-read/internet-ligt-deuk-review-strandbal-100-dollar-kost/ Internet ligt in een deuk met review over strandbal die 100 dollar kost], metrotime.be, 9 februari 2018
  3. iets wat door zijn huiveringwekkendheid afkeer oproept
    De horror hiervan is niet te bevatten.

Etymologie

*[3] van "horror" als alternatief voor horreur

Vertalingen

Engelshorror
Spaanshorror, terror