houtvester
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een technische, administratieve en commerciële beheerder van bosAdriaan werkt daar als een houtvester.
Etymologie
* In de betekenis van ‘bosopzichter’ voor het eerst aangetroffen in 1314
Vertalingen
Fransgarde forestier
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek