houtvesterij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bosgebied, tevens bedrijfseenheid, van één boseigenaar
    De medische post was ondergebracht in het kantoor van de houtvesterij en in twee grote grijze tenten die aan de overkant van de weg tussen de bomen waren opgezet.
    Het natuurpark De Koninklijke Houtvesterij, onderdeel van Kroondomein Het Loo, moet het hele jaar open zijn voor bezoekers. Dat voorstel van de Partij voor de Dieren heeft vanmiddag steun gekregen van een krappe meerderheid in de Tweede Kamer.

Etymologie

* afleiding van houtvester

Vertalingen

Engelsforestry district, forestry, ranger district