kaasschaaf
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkasxaf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) een gebruiksvoorwerp waarmee een dun plakje van een stuk kaas kan worden gesnedenMensen die onervaren zijn met de kaasschaaf snijden zichzelf er wel eens aan.Ik had Anne Franks dagboek als kind gelezen, natuurlijk, maar dat is vijftig jaar geleden. Daarom bestelde ik de nieuwste uitgave. (Bol.com attendeerde me er fijntjes op dat Het achterhuis ‘vaak samen wordt gekocht met de Boska vaatwasserbestendige kaasschaaf’; de raadselen van het algoritme zijn ondoorgrondelijk.)[https://www.parool.nl/columns-opinie/er-is-hier-eigenlijk-niets-te-zien-zei-het-jonge-stel-in-het-achterhuis~be1fe9df/ www.parool.nl (7 feb 2026)]
Etymologie
* In de betekenis van ‘schaaf om plakjes van kaas te snijden’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Vertalingen
Engelscheese slicer
Fransrabot
DuitsKäsehobel
Spaansrebanador de queso, cortalonchas de queso, cortaquesos
Zweedsosthyvel
Deensostehøvl
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek