kameleon
mannelijk (de)/ˌkameleˈjɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (reptielen) tropische hagedis uit de familie vooral bekend voor zijn snelle kleurveranderingen
- (figuurlijk) persoon die almaar van mening verandert of zich telkens volledig aanpast aan zijn omgeving
Etymologie
*via Middelnederlands "cameleon" van "cameleon" of direct Latijn "chamaeleon" dat teruggaat op "χαμαιλέων" (chamaileoon) "aardleeuw", in de betekenis van ‘hagedis’ aangetroffen vanaf 1240
Vertalingen
Engelschameleon, chameleon
Franschaméléon, caméléon
DuitsChamäleon, Chamäleon
Spaanscamaleón, camaleón
Italiaanscamaleonte, camaleonte
Portugeescamaleão
Russischхамелеон
Turksbukalemun
Poolskameleon
Zweedskameleont
Deenskamæleon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek