kapot

vrouwelijk (de)/kaˈpɔt/

Wat is de betekenis van kapot?

kapot betekent: (kleding) (verouderd) ruime mantel met een kap die het hoofd tegen regen beschermt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding, verouderd (kleding) (verouderd) ruime mantel met een kap die het hoofd tegen regen beschermt
  2. kleding, verouderd (kleding) (verouderd) wijde muts

Betekenis en uitleg van kapot

Het woord 'kapot' verwijst naar iets dat niet meer functioneert of beschadigd is. Het kan zowel fysiek als figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld als een apparaat niet meer werkt of als iemand emotioneel uitgeput is.

Je gebruikt 'kapot' vaak wanneer iets niet meer kan worden gebruikt zoals bedoeld, bijvoorbeeld een kapotte auto of een toestel dat defect is. Het kan ook in bredere zin worden toegepast, zoals in de uitdrukking 'ik ben kapot van het werken', wat aangeeft dat iemand zich uitgeput voelt. De nuance kan variëren van letterlijk fysiek kapot tot emotioneel of geestelijk uitgeput.

Voorbeelden

  • Mijn fiets is kapot, ik kan er niet meer op rijden.
  • Na een lange werkweek voel ik me echt kapot en heb ik behoefte aan rust.
  • De oude televisie is kapot gegaan tijdens de storm en moet nu vervangen worden.

Woordoorsprong

Het woord 'kapot' komt van het Franse 'capot', wat 'bedekt' of 'afgedekt' betekent, en heeft in het Nederlands een eigen betekenis ontwikkeld die verband houdt met beschadiging of niet-functioneren.

Veelgestelde vragen over kapot

Wat is de betekenis van kapot?

kapot betekent: (kleding) (verouderd) ruime mantel met een kap die het hoofd tegen regen beschermt

Hoeveel betekenissen heeft kapot?

kapot heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft kapot?

kapot is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van kapot?

Synoniemen van kapot zijn: beschadigd, stuk, defect, disfunctioneel, afgemat.

Etymologie

*capot (een schrijfwijze van voor 1805)

Uitdrukkingen

  • Zich kapot schrikken.heel erg schrikken
  • iemand kapot maken.Iemand doden.

Vertalingen

Engelsbroken, broken, defective
Fransbrisé, cassé, abîmé
Duitskaputt, zerbrochen, beschädigt
Spaansquebrado, roto, destrozado