karigheid
Wat is de betekenis van karigheid?
karigheid betekent: een (te) kleine hoeveelheid geven
Betekenis
- een (te) kleine hoeveelheid geven
Voorbeelden van "karigheid" in een zin
- We zijn niet bepaald de Nutty Professor geweest zie ik. Sorry dat jij nootgedwongen de cashewnoten over het hoofd moest zien in je maaltijd. Ik kan me voorstellen dat deze karigheid een enorme deceptie is op een voorgenomen avondje intens genieten. Je hebt harde noten moeten kraken gisteravond, en dat is een lastige klus met slechts twee halve noten. Toch vinden we niet dat je te veel noten op je zang hebt, je hebt zelfs helemaal gelijk dat we met een handjevol noten te kort zijn geschoten. Tubantia Karen Van Eyken 19-12-15 [https://www.tubantia.nl/economie/albert-heijn-reageert-passend-op-hilarische-klacht-van-klant~a8fbed52/ Albert Heijn reageert passend op hilarische klacht van klant]
- De actie van maandag is gericht tegen de bezuinigingen. „Het Belgische volk krijgt enkel nog frieten met karigheid voorgeschoteld.” Reformatorisch Dagblad 22-12-2014 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/belgische-premier-bekogeld-met-patat-1.438383 Belgische premier bekogeld met patat]
Betekenis en uitleg van karigheid
Karigheid verwijst naar een sterke neiging om zuinig of spaarzaam te zijn, vaak met een negatieve connotatie. Het kan ook duiden op een gebrek aan vrijgevigheid of bereidheid om te delen.
Dit woord gebruik je vaak wanneer iemand overdreven zuinig is, bijvoorbeeld als het gaat om het geven van cadeaus of het delen van middelen. Karigheid kan ook gebruikt worden in bredere contexten, zoals het beschrijven van bedrijven die niet investeren in hun werknemers. De nuance ligt in het feit dat karigheid meestal als een onplezierige eigenschap wordt gezien.
Voorbeelden
- Zijn karigheid kwam naar voren toen hij weigerde een drankje te kopen voor zijn vrienden.
- De karigheid van het bedrijf leidde tot ontevreden werknemers die zich niet gewaardeerd voelden.
- Haar karigheid met complimenten maakte het moeilijk voor anderen om zich op hun gemak te voelen in haar gezelschap.
Woordoorsprong
Het woord 'karigheid' is afgeleid van het Middelnederlandse 'carich', wat 'zuinig' of 'spaarzaam' betekent. Het heeft verwanten in andere Germaanse talen die een vergelijkbare betekenis hebben.
Veelgestelde vragen over karigheid
Wat is de betekenis van karigheid?
karigheid betekent: een (te) kleine hoeveelheid geven
Welk woordgeslacht heeft karigheid?
karigheid is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van karigheid?
Synoniemen van karigheid zijn: spaarzaamheid, soberheid, schraalheid, schamelheid, poverheid.
Hoe gebruik je karigheid in een zin?
Voorbeeld: “We zijn niet bepaald de Nutty Professor geweest zie ik. Sorry dat jij nootgedwongen de cashewnoten over het hoofd moest zien in je maaltijd. Ik kan me voorstellen dat deze karigheid een enorme deceptie is op een voorgenomen avondje intens genieten. Je hebt harde noten moeten kraken gisteravond, en dat is een lastige klus met slechts twee halve noten. Toch vinden we niet dat je te veel noten op je zang hebt, je hebt zelfs helemaal gelijk dat we met een handjevol noten te kort zijn geschoten. Tubantia Karen Van Eyken 19-12-15 [https://www.tubantia.nl/economie/albert-heijn-reageert-passend-op-hilarische-klacht-van-klant~a8fbed52/ Albert Heijn reageert passend op hilarische klacht van klant]”
Etymologie
* afleiding van karig