spaarzaamheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de neiging om zuinig aan te doen met (geldelijke) middelen
  2. iets dat getuigt van zuinig aan doen

Etymologie

* afleiding van spaarzaam

Vertalingen

Engelsthrift, frugality, economy
Fransmodicité