spaarzaamheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de neiging om zuinig aan te doen met (geldelijke) middelen
- iets dat getuigt van zuinig aan doen
Etymologie
* afleiding van spaarzaam
Vertalingen
Engelsthrift, frugality, economy
Fransmodicité
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek