kastijd
mannelijk (de)/kɑsˈtɛit/
Wat is de betekenis van kastijd?
kastijd betekent: periode waarin een plant in een broeikas wordt opgekweekt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- periode waarin een plant in een broeikas wordt opgekweekt
Voorbeelden van "kastijd" in een zin
- Niet alleen wil de Bromeliakweker een verkorting van de kastijd bereiken, maar ook wil hij met de grootst mogelijke zekerheid weten op welk tijdstip behandeld moet worden om in voor hem gunstige tijd de Bromelia's op de markt te brengen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek