kleptomaan

mannelijk (de)/ˌklɛptoˈman/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die een ziekelijke neiging tot stelen heeft
    Maar dat maakt voetbal wel zo leuk. Lekker dat er altijd iets aan de hand is. Chronisch gedoe met patiënten. Of het nou hooligans of bestuursleden zijn. Ze zijn stuk voor stuk knettergestoord. Daarom hoop ik dat we dit soort mensen houden. Graaiers die voor reuring zorgen. Munstermannen, Scheringaatjes en andere kleptomanen. Oké, het kost een paar centen, maar we hebben wel lol van al die ijdeltuiten die zich met het voetballen bemoeien. Eigenlijk is het Nederlandse voetbal in de bestuurskamers al jaren spannender dan op de velden. Is daar geen subsidie voor? Misschien wil Medy een commissie voorzitten. Regel ik het pleepapier.NRC Youp van 't Hek 5 maart 2016

Etymologie

*afleiding van kleptomanie

Vertalingen

Engelsmaniacal thief, kleptomaniac