klerikaal
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die de invloed van de geestelijkheid (clerus) in de maatschappij wil bevorderen
- de geestelijke stand betreffend
- de invloed van de geestelijkheid op het staatkundige voorstaand
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse 'clericus' of clerus
Vertalingen
Spaansclerical
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek