klerezooi
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈklerəˌzoj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ongeordend geheel dat moet worden opgeruimd of schoongemaaktNa het feest was de woonkamer een klerezooi.
- (figuurlijk) ongewenste toestand als resultaat van een wanordelijk procesNa de reorganisatie is het op mijn werk een klerezooi gebleven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek