kloekheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geestelijke durf en krachtAan het eind van de negentiende eeuw haalde La Chaux-de-Fonds vakbekwame Joden binnen de poorten. „Zij vielen op door hun handelsgeest en kloekheid”, zegt Bühler. Ondernemers in de naburige Zwitserse horlogestad Le Locle zagen de Joden liever gaan. „Dat had te maken met antisemitisme en angst voor concurrentie.” Reformatorisch Dagblad J. Visscher 01-10-2011 [https://www.rd.nl/archief/2.727/2.731/horloge-industrie-stempelt-zwitserse-steden-la-chaux-de-fonds-en-le-locle-1.635579 Horloge-industrie stempelt Zwitserse steden La Chaux-de-Fonds en Le Locle]Er wordt niet voor niets bij de bevestiging van ambtsdragers gebeden om de gave der wijsheid en kloekheid. Een mooi woord: kloekheid. Het betekent: flinkheid, geestelijke kracht. Diezelfde kloekheid heeft de ouderling ook nodig om zijn predikant in getrouwheid, liefde en zachtmoedigheid feedback te geven. En de predikant of organist heeft dezelfde kloekheid, geestelijke kracht, nodig om zich kwetsbaar op te stellen. Dat helpt gemeenteleden om met vragen, irritaties of aarzelingen bij het goede adres aan te kloppen. Reformatorisch Dagblad Steef Post 15-05-2017 [https://www.rd.nl/opinie/kritiek-op-de-dominee-1.1400893 Kritiek op de dominee]
Etymologie
* afleiding van kloek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek