kordaatheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het heel doortastend zijn
    De band raakte elke noot met een kordaatheid en frisheid die je niet verwacht als je een nummer al zo vaak hebt gespeeld.
    "Haar kordaatheid en stoutmoedigheid is laakbaar en stemt de rechtbank niet tot mildheid", citeert De Standaard de rechter. De advocaat van de vrouw had gevraagd om een geestelijk onderzoek. Dit werd door de rechter afgewezen. "Ze komt naar voren als een pientere dame die zich tot op zeer hoge leeftijd inliet met fiscale spitstechnologie", tekent VTM Nieuws op.
  2. iets dat getuigt van grote doortastendheid

Etymologie

* afleiding van kordaat

Vertalingen

Engelsfirmness, resolution