klokslag

mannelijk (de)/ˈklɔkslɑx/

Wat is de betekenis van klokslag?

klokslag betekent: heel plecies op tijd zijn op een moment dat de klok het hele of halve uur slaat

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. heel plecies op tijd zijn op een moment dat de klok het hele of halve uur slaat
  2. het slaan van de klok

Voorbeelden van "klokslag" in een zin

  • We spreken af om klokslag 12 uur morgen middag bij de ingang van de school.
  • Aan het slot klinkt de vraag: „Wilt u nog kinderen?” Hamerende klokslagen luiden de voorstelling uit. NRC Kester Freriks 20 september 2016

Etymologie

*samenstelling van klok (zowel als muziek instrument dat geluid maakt, als instrument dat de tijd aangeeft) en slag