kloot
mannelijk (de)/klot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorwerp dat bestaat uit samengedrukt materiaal
- bolvormig voorwerp
- (anatomie) (vulgair) bolvormig mannelijke orgaan waar spermacellen worden gemaakt
- (persoon) (vulgair) vervelende kerel
Etymologie
**[4] in de betekenis van ‘teelbal’ voor het eerst aangetroffen in 1550
Uitdrukkingen
- Een aardige/goede kloot — Een goedaardige man, een goedzak
- Ge zijt een goeie kloot, maar ge moest onder een ezel hangen — Verwensing
Vertalingen
Engelsballs, bollocks, nuts
Franscouilles, baloches
DuitsEier, Klöten
Spaanscojones
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek