kloot

mannelijk (de)/klot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voorwerp dat bestaat uit samengedrukt materiaal
  2. bolvormig voorwerp
  3. anatomie, vulgair (anatomie) (vulgair) bolvormig mannelijke orgaan waar spermacellen worden gemaakt
  4. persoon, vulgair (persoon) (vulgair) vervelende kerel

Etymologie

**[4] in de betekenis van ‘teelbal’ voor het eerst aangetroffen in 1550

Uitdrukkingen

  • Een aardige/goede klootEen goedaardige man, een goedzak
  • Ge zijt een goeie kloot, maar ge moest onder een ezel hangenVerwensing

Vertalingen

Engelsballs, bollocks, nuts
Franscouilles, baloches
DuitsEier, Klöten
Spaanscojones