Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kneiter

mannelijk (de)/ˈknΙ›itΙ™r/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) iets dat heel groot of krachtig is, ook gebruikt als versterkend eerste deel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden
    GroenLinks-leider en aankomend wethouder Rutger Groot Wassink had van tevoren "een kneiter-links akkoord" beloofd.
    Vader Abraham, die carnavalscreaties voortbracht als Olleke Bolleke en Wittewattetis Gewittetnie, sluit zich daarbij aan: "Bij een kneiter van een carnavalshit is nagedacht over de tekst: er moet geen druppel bier in voorkomen," vertelde hij eerder deze maand aan Omroep Brabant.
    Wat krijg je als twee van de populairste artiesten van dit moment een duet opnemen? Precies, een kneiter van een hit.
  2. informeel, anatomie (informeel) (anatomie) deel van het lichaam boven de hals
    Willem Nijholt kreeg een immense vleestomaat zo op zijn kneiter. De rel die dit veroorzaakte was het startschot voor schermutselingen die de gemoederen maandenlang bezighielden: regelmatig werden er voorstellingen verstoord door tomaten.
    β€˜Luister nou, Marie,’ had Pjotr gezegd, β€˜de hele dag de zon op m'n kneiter, wil je soms dat ik nog gekker wor dan ik al ben?’

Etymologie

*woord uit de spreektaal dat lange tijd niet in woordenboeken stond, in de betekenis "zeer krachtige trap" aangetroffen vanaf 1941 (zie vindplaats hieronder)