knipperen

/ˈknɪpərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) snel openen en sluiten, met name van de ogen
    Het plotseling doorbrekende zonlicht deed de kinderen knipperen met de ogen.
  2. inerg (inerg) snel aan- en uitgaan van een licht
    Het rode lampje knipperde en hij kreeg een zinkend gevoel dat er iets mis was.
  3. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het knipperen in de tweede betekenis erin.
  4. enz.

Etymologie

*(freqtt) knippen

Vertalingen

Engelsblink
Fransclignoter, cligner
Duitsblinken