knipperend

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. herhaaldelijk open- en dichtgaand van de ogen
    De Baas van de Mollen kwam Nemo vertellen, dat de gang naar De Kleine Eik gereed was. Ze hadden de hele nacht doorgewerkt, zei hij hijgend, met knipperende oogjes tegen het felle licht van de zon. {{Aut|Herzen, Frank
  2. herhaaldelijk aan- en uitgaand van een licht