knokken

/ˈknɔkə(n)/

Wat is de betekenis van knokken?

knokken betekent: (inerg) vechten

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) vechten
  2. inerg (inerg) (figuurlijk) vechten

Voorbeelden van "knokken" in een zin

  • Die hooligans knokken veel te veel.
  • Je moet knokken voor je toekomst.

Betekenis en uitleg van knokken

Knokken betekent vechten of strijden, vaak in een informele of ruwe context. Het kan zowel letterlijk, zoals in een fysieke confrontatie, als figuurlijk worden gebruikt, bijvoorbeeld in een strijd om iets te bereiken.

Je gebruikt het woord 'knokken' vaak in situaties waar mensen met elkaar in conflict zijn, bijvoorbeeld tijdens een ruzie of een sportwedstrijd. Het heeft een vrij directe en soms zelfs brutale connotatie, wat het geschikt maakt voor situaties waarin er sprake is van een heftige strijd. Knokken kan ook verwijzen naar het doorzetten in moeilijke tijden, zoals in het leven of in werkgerelateerde situaties.

Voorbeelden

  • Na een lange dag knokken op de werkvloer, was hij blij dat het weekend voor de deur stond.
  • De kinderen knokten in het park om het laatste stuk speelgoed, maar uiteindelijk maakten ze het goed met elkaar.
  • Tijdens de wedstrijd knokten beide teams voor elke centimeter terrein, wat leidde tot een spannende finale.

Woordoorsprong

De oorsprong van 'knokken' is mogelijk gerelateerd aan het geluid van klappen of slaan, wat de fysieke strijd aanduidt.

Veelgestelde vragen over knokken

Wat is de betekenis van knokken?

knokken betekent: (inerg) vechten

Hoeveel betekenissen heeft knokken?

knokken heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je knokken in een zin?

Voorbeeld: “Die hooligans knokken veel te veel.

Vertalingen

Engelsfight, fight, strive for
Fransse battre, combattre
Duitskämpfen, fechten
Spaanspelear, luchar, luchar
Italiaanslottare, azzuffarsi, battersi
Portugeeslutar, lutar
Russischдраться, биться, сражаться
Chinees斗争
Japans喧嘩する, 対決, 戦う
Koreaans다투다, 싸우다
Arabischقاتل
Turkssavaşmak
Poolswalczyć
Zweedsstrida, slåss, kämpa
Deensslås, kæmpe