koorreis

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. reis die in het teken staat van koormuziek
    Gera, Wil en Ingrid leerden elkaar kennen op een koorreis van De Twentsche Courant Tubantia naar Halle (Duitsland), waar ze de Händel Festspiele bezochten. Ook zongen ze onder leiding van dirigent Nicolas Mansfield in het project Hallelujah.