kous

mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑus/

Wat is de betekenis van kous?

kous betekent: (kleding) een aansluitend, meer of minder elastisch kledingstuk dat de voet en (een deel van) het been bedekt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) een aansluitend, meer of minder elastisch kledingstuk dat de voet en (een deel van) het been bedekt
  2. een hulpmiddel om een brandstof in licht om te zetten, dat deel uitmaakt van een olie- of petroleumlamp

Voorbeelden van "kous" in een zin

  • Er zit een gat in mijn kous.

Betekenis en uitleg van kous

Een kous is een kledingstuk dat je over je voet en enkel draagt, vaak gemaakt van katoen of wol. Ze zijn er in verschillende lengtes en stijlen, en ze helpen je voeten warm te houden of comfortabel in je schoenen te zitten.

Kousen worden vaak gedragen in combinatie met schoenen, maar kunnen ook als onderdeel van een outfit worden gezien, vooral bij formele gelegenheden. Je kunt ze vinden in allerlei kleuren en patronen, en ze spelen een belangrijke rol in de mode. In de winter zijn warme kousen een must-have om koude voeten te voorkomen.

Voorbeelden

  • Na een lange dag werken trok hij zijn schoenen uit en voelde hij de opluchting van zijn zachte kousen.
  • Voor het feest had ze speciale kousen met glitters gekocht om haar outfit een extraatje te geven.
  • Tijdens de koude wintermaanden zijn dikke kousen een echte aanrader om je voeten warm te houden.

Woordoorsprong

Het woord 'kous' komt van het Middelnederlandse 'cous' of 'couse', wat ook een soort beenbedekking betekende. Het heeft zijn oorsprong in de Germaanse talen.

Veelgestelde vragen over kous

Wat is de betekenis van kous?

kous betekent: (kleding) een aansluitend, meer of minder elastisch kledingstuk dat de voet en (een deel van) het been bedekt

Hoeveel betekenissen heeft kous?

kous heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft kous?

kous is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van kous?

Synoniemen van kous zijn: wiek, pit, kousje.

Hoe gebruik je kous in een zin?

Voorbeeld: “Er zit een gat in mijn kous.

Etymologie

*Ontleend aan het Picardische cauce, dat net als het Franse chausse ontwikkeld is uit het Latijnse calceus.

Uitdrukkingen

  • Daarmee is de kous af.Daarmee is het afgelopen, daarmee is over de kwestie alles gezegd wat zinvol is
  • De kous op de kop krijgenJe zin niet krijgen
  • Het naadje van de kous willen wetenPrecies willen weten hoe iets zit
  • Met de kous op de kop thuiskomenBenadeeld van een mislukking terugkomen

Vertalingen

Engelsstocking, wick
Fransbas
DuitsStrumpf, Docht
Spaanscalcetín, media, mechero
Turksçorap