kuip
mannelijk/vrouwelijk (de)/kœyp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek), (materiaalkunde) wijd, houten, metalen of plastic vatIn de kuip worden appels tot moes gemaakt.Bij de wijnproductie hebben houten kuipen plaatsgemaakt voor glimmende gistingstanks.
- door de verwante vorm een voetbalstadion
Etymologie
*Van het Latijnse cupa.
Uitdrukkingen
- weten wat voor vlees je in de kuip hebt — weten met wat voor mensen je te doen hebt
- kuipje boter
Vertalingen
Engelstub, vat
DuitsFass
Spaanscuba, artesa, pila
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek