kuip

mannelijk/vrouwelijk (de)/kœyp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek, materiaalkunde (techniek), (materiaalkunde) wijd, houten, metalen of plastic vat
    In de kuip worden appels tot moes gemaakt.
    Bij de wijnproductie hebben houten kuipen plaatsgemaakt voor glimmende gistingstanks.
  2. door de verwante vorm een voetbalstadion

Etymologie

*Van het Latijnse cupa.

Uitdrukkingen

  • weten wat voor vlees je in de kuip hebtweten met wat voor mensen je te doen hebt
  • kuipje boter

Vertalingen

Engelstub, vat
DuitsFass
Spaanscuba, artesa, pila