kwartet
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een groep van vier muzikantenHet kwartet speelde perfect gelijk.
- (muziek) een muziekstuk voor vier musici
- een groep van vier personen
- (spel) een kaartspel waarin getracht moet worden zo veel mogelijk kwartetten (vier bij elkaar horende kaarten) te verzamelenMijn neefje won had iedere keer als ik kwartet met hem speelde.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘muziekstuk voor vier partijen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Vertalingen
Engelsquartet
Fransquatuor
DuitsQuartett
Spaanscuarteto
Italiaansquartetto
Portugeesquarteto
Zweedskvartett
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek