laster
mannelijk (de)/ˈlɑstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onterechte beweringen die iemand in een kwaad daglicht stellen
Etymologie
* In de betekenis van ‘kwaadsprekerij’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Vertalingen
Engelsslander, calumny
Franscalomnie, diffamation
DuitsVerleumdung
Spaanscalumnia, difamación, maledicencia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek