levensgezellin
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw waarmee men samenleeftEn deze vrouw, viel Nikolaj Levin hem in de rede, op haar wijzend, is mijn levensgezellin, Masja Nikolajevna.Zijn Russische levensgezellin heeft bekend er een relatie met de priester op na te hebben gehouden. Maar ze wist niets van de gewelddadige plannen van Georgi, vertelde ze tijdens haar verhoor.
Vertalingen
Engelslife companion, wife, spouse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek