echtgenote

vrouwelijk (de)/ˈɛxtxəˌnotə/

Wat is de betekenis van echtgenote?

echtgenote betekent: (familie) vrouw waarmee je getrouwd bent

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) vrouw waarmee je getrouwd bent

Voorbeelden van "echtgenote" in een zin

  • Maxima is de echtgenote van Willem-Alexander.
  • ' Ik voel hoe ik dreig terug te schieten in dat oude patroon van volgzame echtgenote en moeder.
  • Lana had ontzet gereageerd, boos dat Casper niet voor haar koos en bedroefd dat hij zijn echtgenote de kastanjes uit het vuur liet halen.

Betekenis en uitleg van echtgenote

Een echtgenote is de vrouw die met iemand getrouwd is. Het woord verwijst naar de formele en juridische verbintenis tussen twee mensen, waarbij zij elkaar als partners beschouwen in zowel goede als slechte tijden.

Je gebruikt het woord 'echtgenote' meestal in formele of juridische contexten, zoals bij huwelijksoordelen of documenten. Het benadrukt de officiële status van de relatie, in tegenstelling tot meer informele termen zoals 'vriendin'. Het woord kan ook een bepaalde mate van respect en toewijding impliceren.

Voorbeelden

  • Na jaren van samenwonen besloten zij om eindelijk te trouwen en werd zij zijn echtgenote.
  • Tijdens de ceremonie sprak de spreker over de liefde tussen de echtgenoten en hun belofte om elkaar altijd te steunen.
  • Bij het invullen van het belastingformulier moest hij de naam van zijn echtgenote vermelden.

Veelgestelde vragen over echtgenote

Wat is de betekenis van echtgenote?

echtgenote betekent: (familie) vrouw waarmee je getrouwd bent

Welk woordgeslacht heeft echtgenote?

echtgenote is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van echtgenote?

Synoniemen van echtgenote zijn: vrouw, eega, gade, wijf.

Hoe gebruik je echtgenote in een zin?

Voorbeeld: “Maxima is de echtgenote van Willem-Alexander.

Etymologie

*afgeleid van echtgenoot , in de betekenis van ‘vrouw met wie iemand getrouwd is’ voor het eerst aangetroffen in 1631

Vertalingen

Engelswife
Fransépouse
DuitsEhefrau
Spaansesposa
Italiaanssposa, moglie
Russischсупруга
Poolsżona
Zweedsfru, hustru, maka