lui
meervoud/lœy/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel), vaak (pejoratief) groep mensenWat een rare lui!‘Naar Casa de Luna,’ antwoordde ik hoopvol. ‘Oh, die lui. Dat zou ik niet doen, dat zijn gevaarlijke aso’s.
Etymologie
#(meubel) (gebruik als hypallage) geschikt om op zijn gemak in te zijn
Vertalingen
Engelslazy, people
Fransparesseux, fainéant, gens
Duitsfaul, Leute
Spaansvago, gente
Russischленивый, люди
Turkstembel
Poolsleniwy
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek