Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

miegen

/ˈmiɣə(n)/

Wat is de betekenis van miegen?

miegen betekent: (inerg) (spreektaal) via de blaas als vloeistof lozen van lichamelijke afvalstoffen

Betekenis

werkwoord
  1. inerg, spreektaal (inerg) (spreektaal) via de blaas als vloeistof lozen van lichamelijke afvalstoffen

Voorbeelden van "miegen" in een zin

  • Ga maar al verder. Ik moet eerst miegen.

Betekenis en uitleg van miegen

Miegen is een informeel Nederlands woord dat betekent dat iemand zich ergens onderuit probeert te draaien of zijn verantwoordelijkheid ontloopt. Het wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand niet eerlijk is over zijn daden of zich niet aan de afspraken houdt.

Je kunt 'miegen' gebruiken in situaties waarin iemand zich niet aan zijn beloftes houdt of geen verantwoording aflegt voor zijn gedrag. Het woord heeft een negatieve connotatie en kan ook duiden op het vermijden van de waarheid. Het is vooral populair in informele gesprekken, waar het de frustratie of teleurstelling over iemand's houding kan uitdrukken.

Voorbeelden

  • Hij was helemaal aan het miegen toen hij niet kwam opdagen voor de vergadering.
  • Als je blijft miegen, zullen je vrienden je niet meer serieus nemen.
  • Ze miegde over de reden waarom ze te laat was, maar iedereen wist dat ze gewoon had uitgeslapen.

Woordoorsprong

De herkomst van 'miegen' is niet geheel duidelijk, maar het kan verwant zijn aan dialectwoorden die ook het idee van ontwijken of omzeilen uitdrukken.

Veelgestelde vragen over miegen

Wat is de betekenis van miegen?

miegen betekent: (inerg) (spreektaal) via de blaas als vloeistof lozen van lichamelijke afvalstoffen

Wat zijn synoniemen van miegen?

Synoniemen van miegen zijn: mijgen, plassen, pissen, urineren, wateren.

Hoe gebruik je miegen in een zin?

Voorbeeld: “Ga maar al verder. Ik moet eerst miegen.

Etymologie

*van Middelnederlands "migen"; de -ie- is dus een gewestelijke vorm (in plaats van een verwachte -ij- in het niet meer gangbare mijgen)

Vertalingen

Engelspiss
Franspisser
DuitsWasser lassen, pinkeln, pissen
Spaansmear, empapar de meado
Italiaanspisciare
Portugeesmijar
Russischссать, поссать
Japans小便をする
Koreaans오줌싸다
Arabischبول, شخ
Turksişemek, çiş yapmak, çiş etmek
Poolssikać, szczać
Zweedspissa